fbpx

Wanneer je beseft dat de weg het doel is,
en dat je altijd onderweg bent, niet om een doel te bereiken,
maar om te genieten van de schoonheid
en de wijsheid die het onderweg zijn je aanreikt,
dan is het leven niet meer een taak die moet worden volbracht.
Het leven wordt natuurlijk en eenvoudig,
in zichzelf een verrukking…
Sri Nisargadatta Maharaj

Onze gewoonte bril
Je bent niet de beperkte, angstige persoon die je denkt te zijn. Je mag in alle vertrouwen je realiseren dat je in wezen het hart van mededogen zelf bent. Volledig bewust en ten volle in staat het hoogste goed te bereiken, niet alleen voor jezelf, maar voor iedereen, aan wie en alles waaraan je kan denken.
Het enige probleem is dat we dit van onszelf niet herkennen. De meeste mensen verwarren het door gewoonten gevormde, door zenuwcellen opgebouwde beeld van zichzelf, met wie en wat ze werkelijk zijn. Dit door gewoonten gevormde zelfbeeld wordt bijna altijd in dualistische termen uitgedrukt: het zelf en de ander, pijn en plezier, hebben en niet-hebben, aantrekking en afstoting. Deze dualiteit die we zo creëren in onze geest, is een fundamentele manier om te overleven.

We leggen onszelf aan banden
Wanneer de geest door dit dualistische perspectief gekleurd wordt, wordt helaas elke ervaring – zelfs momenten van vreugde en geluk – aan banden gelegd door een gevoel van beperking. Er ligt altijd een maar in de achtergrond op de loer. Eén soort maar is het maar van verschil. ‘0, mijn verjaardag was fantastisch, maar ik had liever chocoladetaart in plaats van worteltaart gehad.’ Dan heb je het maar van ‘beter’. ‘Ik houd van mijn nieuwe huis, maar het huis van mijn vriend Jan is groter en heeft meer licht.’ En ten slotte heb je het maar van angst. ‘Ik haat mijn werk, maar hoe kan ik op deze arbeidsmarkt ooit ander werk vinden?’ Ik heb uit eigen ervaring geleerd dat het mogelijk is een gevoel van persoonlijke beperking te overwinnen. Anders zou ik waarschijnlijk nog steeds de Annemie zijn die bang was en de wereld om zich heen als bedreigend zag en ervan overtuigd was dat ze deze moest bevechten.
Door meditatie, door bewust te kijken naar mijn patronen, ideeën en overtuigingen, door langzame en noeste arbeid met mijn geest, ben ik gaan herkennen waarom de beoefening van meditatie en bewustzijn werkt. De gevoelens van beperking, angst, bezorgdheid, … zijn in feite alleen maar roddels van zenuwcellen in onze hersenen. (zoals ik beschreef in de gelukssleutel: hoe roddelzieke neuronen je gewoontepatronen kunnen doorbreken) Het zijn gewoontepatronen en het goede nieuws is dat deze afgeleerd kunnen worden.

Onze fundamentele aard zit in alles
De fundamentele aard van onze geest is zo weids, dat hij elk intellectueel begrip volledig te boven gaat. Hij kan niet in woorden beschreven of tot kleine concepten teruggebracht worden.
Zoals ik hierboven beschreef, wordt voor de meesten van ons onze natuurlijke geest verduisterd door het beperkte zelfbeeld dat door de gewoontepatronen van onze zenuwcellen gecreëerd is. Onze natuurlijke geest is zo ruim dat hij in staat is alles te creëren, zelfs onwetendheid omtrent zijn eigen aard. Met andere woorden: het niet herkennen van de natuurlijke geest is eenvoudig een voorbeeld van het onbeperkte vermogen van de geest om te creëren wat hij wil. Wanneer we angst, bedroefdheid, jaloezie, verlangen of welke andere emotie dan ook voelen die aan ons gevoel van kwetsbaarheid of zwakheid bijdraagt, dan zouden we onszelf op de schouder moeten kloppen. We hebben zojuist de onbeperkte aard van de geest ervaren!

Herken het goud
Het herkennen van onze natuurlijke geest kan met het volgende verhaal verhelderd worden.
Stel je voor dat je een schatgraver bent. Op een dag ontdek je een stuk metaal in de grond. Je graaft een gat, haalt het metaal tevoorschijn, neemt het mee naar huis en begint het schoon te maken. In het begin is er maar één hoek van het klompje te zien dat schittert en straalt. Terwijl je het erop aangekoekte vuil en de modder ervan af wast, blijkt geleidelijk dat het hele stuk goud is. Laat me je de vraag stellen: wat is waardevoller? Het stuk goud dat in de modder begraven is of het stuk dat schoongemaakt is? In feite hebben ze dezelfde waarde. Elk verschil tussen het vuile klompje en het schone is oppervlakkig.
Hetzelfde kan over de natuurlijke geest gezegd worden. De zenuwcellenroddel die je ervan weerhoudt je geest in zijn volheid te zien, verandert de fundamentele aard van je geest niet. Gedachten als ‘ik ben lelijk’, ‘ik ben dom’ of ‘ik ben oninteressant’ zijn niet meer dan een soort biologische modder die tijdelijk de briljante eigenschappen van je natuurlijke geest verduisteren.
Je ervaart deze schittering en ruimte van je natuurlijke geest bij wat je voelt als je naar een onbewolkte zonovergoten hemel kijkt. Net als de oneindige hemel en de zon, die er altijd is, is je natuurlijke geest niet afhankelijk van de wolken die af en toe komen aandrijven, wat toevallige omstandigheden of gedachten zijn. Hij is er gewoon altijd, je natuurlijke geest: onmetelijk, oneindig, altijd aanwezig.